Skip to content

Note: de column is geschreven en klaargezet voor publicatie voordat het nieuws van het vertrek van Amber van Leuveren naar Nieuwerkerk bekend werd bij de columnist. Het is dus stom toeval dat dit samenvalt. De column is daarmee geen reactie op het aangekondigde vertrek van Amber.

Transferseizoen – de jaarlijkse migratie van de korfbalvogel

Het is weer zover. De zon schijnt, de velden drogen op, en de korfbalwereld maakt zich op voor haar favoriete natuurverschijnsel: de jaarlijkse migratie van de ambitieuze korfbalvogel. Je hoort ze al fladderen op social media: “Na lang wikken en wegen heb ik besloten…” gevolgd door een foto waarop iemand heel serieus naar een korf kijkt, alsof ze net de zin van het leven hebben ontdekt.

En dan komen ze. De vier heilige redenen. De vier evangeliën van de overschrijvingsperiode. De vier zinnen die je inmiddels kunt dromen, omdat ze elk jaar in exact dezelfde volgorde voorbijkomen. Maar achter die officiële verklaringen schuilt vaak een heel ander verhaal.

“Ik wil mezelf verder ontwikkelen.”

Ah ja, de klassieker. De Messi onder de smoesjes.

Wat er eigenlijk bedoeld wordt: “Ik heb het afgelopen seizoen meer geleerd van de YouTube-compilatie ‘Korfbal Skills 2014’ dan van mijn eigen trainer. En als ik nog één keer moet horen dat ik ‘meer moet genieten’, ga ik gillen.”

Ontwikkelen, natuurlijk. Vooral ontwikkelen van het vermogen om niet in slaap te vallen tijdens de derde herhaling van dezelfde oefening.

“Ik ben toe aan een nieuwe sportieve uitdaging.”

Officiële vertaling: ik wil weerstand, betere tegenstanders, meer prikkels.

Echte vertaling: “Ik ben het zat om elke week tegen dezelfde verdediger te spelen die denkt dat ‘druk zetten’ betekent dat je op 3 meter afstand blijft staan en hoopt dat ik struikel.”

Een nieuwe uitdaging is ook gewoon leuker dan de oude uitdaging, die inmiddels vooral bestond uit het ontwijken van de vrijwilliger die elke week vroeg of je ‘misschien toch niet een keer wilde fluiten’.

“Bij mijn nieuwe club krijg ik meer kansen op speeltijd.”

De nette versie: ik wil minuten maken, groeien, belangrijk zijn.

De echte versie: “Ik zat vaker op de bank dan de bidons. En zelfs die mochten soms nog mee het veld in.”

Soms is het ook gewoon fijn om ergens te spelen waar de coach niet begint te hyperventileren zodra jij je warming-upshirt uittrekt.

“De visie van de trainersstaf spreekt mij enorm aan.”

Officieel: professionele begeleiding, duidelijke structuur, toekomstgericht beleid.

Echt: “Ze hebben een trainer die niet begint over ‘de spirit van de groep’ maar gewoon zegt waar je moet staan. En ze hebben een krachttrainer die niet denkt dat squatten hetzelfde is als diep zuchten.”

En: ‘professionele faciliteiten’ betekent meestal dat er een fatsoenlijke koffiemachine staat en dat de ballen niet uit 2007 komen.

Maar goed, laten we niet te cynisch worden. Transfers horen erbij. Ze brengen drama, spanning, roddels en vooral: heerlijke content. Want niets is mooier dan een speler die vertrekt met de woorden “Ik zal deze club nooit vergeten”, terwijl iedereen weet dat diezelfde speler drie maanden geleden nog zei dat hij “echt gek werd van die hal”.

En uiteindelijk, als de eerste trainingen beginnen, blijkt het allemaal reuze mee te vallen. De nieuwe club is leuk, de oude club overleeft het, en de korfbalwereld draait vrolijk door. Tot volgend jaar, wanneer we opnieuw mogen genieten van de jaarlijkse trektocht van de ambitieuze korfbalvogel.

En ja, ook dan zullen we weer lezen: “Ik wil mezelf verder ontwikkelen.” En wij zullen weer denken: “Ja hoor, tuurlijk.”

 

image_pdf
Back To Top