In een van mijn eerdere columns ging het al over het taalgebruik van Gen Z. Maar laten we eerlijk zijn: ook de rest van de mensheid kan er wat van. Onlangs las ik in NRC weer een heerlijke column van Japke-d. Bouma, waarin ze tijdloze én kakelverse jeukwoorden fileerde. En toen dacht ik: horen we die jeukwoorden eigenlijk ook terug bij Avanti | Post Makelaardij? En hebben wij als korfballers misschien ons eigen taaltje waar buitenstaanders geen (korf)bal van snappen?
Spoiler: ja. En hoe.
Toen ik Japke’s lijstje bekeek, moest ik toegeven dat ik zelf ook rijkelijk strooi met woorden als precies dat, hoe dan, hier vind ik iets van, hoe leuk is dat, het is wat het is, ik ga hier heel goed op, bizar, dagdagelijks en lang verhaal kort. Het is bijna een bingo-kaart. Moet ik hiermee stoppen? Is dit een taal in ontwikkeling? Of moet ik in 2026 gewoon cold turkey afkicken van mijn eigen taalerupties? Food for thought.
Maar goed, de sportwereld kan er ook wat van. Neem het voetbal: 4-4-2, angstgegner, een-tweetje, brilstand, chocoladebeen, de bus parkeren, tiki-taka, panenka. En dan het wielrennen: aan het elastiek hangen, papbenen, geparkeerd staan, banddikte verschil winnen. Het is alsof je naar een groep poëtische masochisten luistert.
En toen dacht ik: hoe zit dat eigenlijk bij ons? Hebben wij in het korfbal ook van die typische jeukwoorden? Dus ik deed een klein veldonderzoek, lees: ik struinde wat rond op het internet en ving meer kreten op dan een scheidsrechter fluitsignalen.
Daar kwamen ze hoor: druk zetten aan de buitenkant, 4-0, 3-1, 2-2, achterhouden, ballijn verdedigen, hard spelen, bij de strot pakken, slopen die gasten, de beste kans zoeken, tweede kans creëren, in je kracht spelen, acties naar binnen, zonder bal naar binnen, lange bal, uitstellen, choken en natuurlijk het ultieme jeukwoord: Grinta. (Alleen al bij het typen krijg ik spontaan kuitkramp.)
Voor een buitenstaander klinkt dit als een mix van militaire instructies, mindfulness en een kookworkshop. “Zonder bal naar binnen?” “Druk zetten aan de buitenkant?” “In de 3-1 spelen?” Je ziet ze denken: gaat dit over sport of over een escape room?
Maar zo werkt taal nu eenmaal. Ze verandert, schuift, groeit en krijgt er elk jaar nieuwe jeukwoorden bij. Ook in onze wedstrijdverslagen, waar we moeiteloos zinnen produceren die voor niet-korfballers klinken als een cryptogram.
Ik ben nu al benieuwd welke nieuwe pareltjes we in 2026 mogen verwelkomen. High-impact doorloopballen, circulaire reboundstrategieën, hybride drukzones ik zeg maar wat. Maar eerlijk: het zou me niets verbazen.
Voor nu: de beste wensen voor 2026 en een zo jeukwoordloos mogelijk nieuw jaar. Al weet ik nu al dat dat natuurlijk precies dat niet gaat worden.

